Kruisboog

Terug Kampioenen Koning/Prins Darts


Vooraleer in de 16e eeuw het gebruik van draagbare vuurwapens algemeen wordt op de Europese slagvelden, is de kruisboog het meest effectieve en meest verbreide langeafstandswapen. De kruisboog is al bekend aan de Romeinen, maar van gebruik in de vroege middeleeuwen is geen bewijs. Pas in de 10e eeuw blijkt het bestaan weer uit bronnen en afbeeldingen. De bloeiperiode van de militaire kruisboog valt in de 12e tot en met de 15e eeuw. Gebruik als jachtwapen gaat tot ver in de 17e eeuw door.
Een kruisboog bestaat uit een houten schacht, de zuil (F), waarop in de breedte een boog (A) is gemonteerd. De pees (C) van de boog bevindt zich, in de gespannen toestand, in een 'slot' (H) halverwege de zuil. De pijl (D) ligt tegen de pees in een geul in de zuil en wordt afgeschoten middels een trekkermechanisme (E) aan de onderkant van de zuil.
Kruisboog en pijlen

 

 

 

 

Het essentiële onderdeel van het slot is de tuimelaar of noot. Dit is een van been of hertshoorn gemaakte platte, doorboorde schijf. Deze wordt verticaal geplaatst in een houder in de zuil. Door het middengat gaat een pen of pees, die de tuimelaar op zijn plaats houdt, zodat hij om zijn as kan draaien. Aan de bovenzijde is de tuimelaar overdwars en in de lengte ingekeept. In de inkeping overdwars wordt de gespannen boog pees vastgehouden. In de inkeping in de lengte ligt het uiteinde van de pijl. Aan de onderzijde van de tuimelaar bevindt zich een inkeping voor de grendel van het afvuurmechanisme. Wanneer dit wordt gelost, valt de grendel weg. De tuimelaar klapt naar voren en laat pees en pijl schieten.

Bij de oudste kruisbogen is het booggedeelte van hout. Rond 1300 wordt de boog vervaardigd van laagjes hoorn of balein, versterkt met hout en pees en geïmpregneerd met lijm. Sinds ongeveer 1400 wordt de boog van staal gemaakt. Omdat spannen met handkracht alleen niet mogelijk is, zijn de oudste kruisbogen al voorzien van een beugel aan het boog einde van de zuil, waar bij het spannen één of beide voeten in gezet kunnen worden.
Het spannen gebeurt bij de lichte bogen met een haakvormige peesspanner. Bij de zware, met name de stalen bogen worden technische hulpmiddelen, werkend met een hefboom, katrol of krikmechanisme, aangewend om de pees in de keep van de tuimelaar te trekken.
Door deze grote spankracht heeft een kruisboog van gemiddelde gewichtsklasse een maximale dracht van plus minus 330m, veel verder dan een gewone handboog, met een trefzekerheid tot op ongeveer 200m. Op een afstand van 40 tot 70 m biedt ook een middeleeuws ruiterpantser geen afdoende bescherming tegen een kruisboogpijl. De ontwikkeling en voortduren de verbetering van de kruisboog, welke bij uitstek het wapen van voetvolk en burgerij wordt, leidt dan ook tot een 'bewapeningswedloop' met de adel, die zijn positie op het slagveld ernstig bedreigd ziet. De maliënkolders, die de ruiters eerst dragen, worden vervangen door steeds zwaardere platenharnassen.
In de steden worden de schutterijen uitgerust met kruisbogen. Amsterdam vormt zijn eerste kruisboog of voetboogschutters gilde in de tweede helft van de 14e eeuw en een tweede in de eerste helft van de 15e eeuw.
In de 16e eeuw verliest de kruisboog de concurrentiestrijd met het steeds hanteerbaarder en effectiever wordende vuurwapen. Ook de Amsterdamse schutterij wordt in deze tijd met geweren uitgerust.

tekst: J. Baart 1977, Opgravingen in Amsterdam p.446-448
schilderij: Hans Holbein de Oudere, Altaarstuk van Sint Sebastiaan

Met dank aan:

 www.oudewand.nl


Middeleeuws boogschieten doet de meeste mensen onmiddellijk denken aan de klassieke pijl en boog. De kruisboog werd echter veel meer gebruikt in onze periode.

Constructie
Sinds de 11de eeuw ongeveer werd de kruisboog in Europa ingevoerd. Die eerste kruisbogen waren eigenlijk niet veel meer dan een houten handboog gemonteerd op een houten lat, om toe te laten de boog langer gespannen te houden. In drie eeuwen tijd tot aan 1300 evolueerde de kruisboog tot een handzaam apparaat met een korte boog, gemaakt van composietmateriaal, gemonteerd op een soort houten kolf met een trekkermechanisme.

Het composietmateriaal van de boog bestond uit lagen hout, hoorn en dierlijke pezen. Dit gaf de boog een grote stijfheid waardoor hij meer kracht kon ontwikkelen dan de houten handboog. De boogpees was gemaakt van ineengevlochten vlas- of henneptouw.

Een kruisboog verschiet geen gewone pijlen. Het zijn namelijk korte, dikkere pijlen met een kleine, scherpe stalen tip. Deze waren veel aerodynamischer dan een gewone pijl en dit droeg zeker bij tot de grote effectiviteit van het wapen.

 

 

                        Deel van de Leugemeetefries uit Gent, gedateerd rond 1346. De Sint-Jorisgilde van de Gentse stadsmilitie

Opspannen van een kruisboogGebruik
 

Rond 1300 werd de kruisboog gespannen door een voet in de stijgbeugel vooraan de boog te plaatsen en een haak die aan de riem van de schutter vastzat aan de boogpees te haken. Door zich nu te strekken zal de haak de boogpees mee omhoog trekken en kan de schutter het trekkermechanisme op scherp zetten. De ingewikkelde lieren en ander opspanmechanismen, die vaak getoond worden in verband met kruisbogen, dateren van veel later.

De kruisboogschutters van de stadsmilities werden in de strijd bijgestaan door garsoenen, knechten die grote schilden meedroegen waarachter men kon schuilen tijdens het laden van de kruisbogen. Deze schilden zijn de zogenaamde targen of paveses.

Veel middeleeuwse veldslagen werden begonnen door de kruisboogschutters naar voren te sturen en te proberen met hun pijlen de vijandelijke rangen te verzwakken. Dit gebeurde ook zo te Kortrijk. Anderzijds bewees het wapen ook haar nut bij belegeringen.

 

 

 

                            Het opspannen van een kruisboog.

                            Met dank aan: De Liebaart - De Kruisboog


Webmeester : Patrik Wegner